Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Wijzigingswet Luchtvaartwet (aanwijzing en gebruik van luchtvaartterreinen, strafbepalingen en dwangsomregeling)

 

Artikel III
1
In gevallen waarin met de vaststelling van geluidszones ten aanzien van luchtvaartterreinen is aangevangen voor de inwerkingtreding van deze wet, heeft de inwerkingtreding van deze wet geen gevolgen voor de geldigheid van procedures die terzake zijn gevolgd ingevolge de Luchtvaartwet zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze wet.
2
Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde luchtvaartterreinen kan de in artikel 24a, tweede lid, van de Luchtvaartwet bedoelde duur van de verdagingstermijn op meer dan zes maanden worden gesteld.
3
Indien tegen de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht beroep wordt ingesteld kan het beroep geen grond vinden in bedenkingen tegen de omstandigheid dat op het tijdstip van de terinzagelegging van de ontwerp-aanwijzingen van het luchtvaartterrein Maastricht de inhoud van de ter inzage gelegde ontwerp-aanwijzingen in strijd was met de op dat tijdstip vigerende Luchtvaartwet of de omstandigheid dat deze wet nog niet in werking was getreden.
4
In afwijking van artikel 25a van de Luchtvaartwet kan voor het luchtvaartterrein Maastricht en voor luchtvaartterreinen aangewezen voor de militaire luchtvaart ten aanzien waarvan met de vaststelling van een geluidszone is aangevangen voor de inwerkingtreding van deze wet, de vaststelling van de geluidszone voor de in artikel 25, eerste lid, onder b, van de Luchtvaartwet bedoelde grenswaarde achterwege blijven. Indien de eerste volzin toepassing vindt, wordt de desbetreffende geluidszone uiterlijk binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze wet vastgesteld door middel van een wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein.


Jurisprudentie bij dit artikel

  • Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.

  • Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.
  •